Voorgaande Jaren

Op deze pagina vindt u een overzicht van de Lente Lezingen van afgelopen jaren.


2016

Frans Snik Dr. ir. Frans Snik (Universiteit Leiden)
Zaterdag 2 april 2016 – 14:00 (YouTube)

Op zoek naar regenbogen op exoplaneten

Na 20 jaar van indirecte waarnemingen weten we dat er om vrijwel elke ster een of meerdere planeten draaien. Alleen al in onze Melkweg moet het zelfs wemelen van de planeten waarop leven mogelijk is. We kunnen zulke planeten alleen nog niet zien. En dat is juist van groot belang om erachter te komen wat voor soorten planeten er allemaal bestaan, hoe ze überhaupt gevormd worden, en waar hun atmosferen uit bestaan. Directe waarnemingen van exoplaneten worden steeds beter dankzij de ontwikkeling van geavanceerde technologie. Ten eerste hebben we grote telescopen nodig om de planeten naast hun moederster te kunnen onderscheiden. Vervolgens moeten we de haast verblindende halo van sterlicht uitschakelen met een combinatie van optische technieken, zodat we de planeten die een miljoen tot een miljard keer lichtzwakker zijn dan de ster kunnen zien. Alleen dan kunnen we het stipje licht dat we voor elke exoplaneet opvangen analyseren, bijvoorbeeld door het uiteen te rafelen in de kleuren van de regenboog (een spectrum). Met behulp van deze technieken gaan we in de komende decennia op zoek naar tekenen van leefbaarheid, of zelfs buitenaards leven! Een van die voorwaarden voor leven is de aanwezigheid van vloeibaar water op exoplaneten, en dat kan zich tonen in de vorm van regenbogen, zoals we die ook op aarde kennen. Om zulke tekenen van leven te kunnen herkennen, willen we ook soortgelijke metingen van de aarde uitvoeren, gezien vanaf de maan. Onze nieuwe sterrenkundige technieken om aan atmosferen van exoplaneten te meten, vinden nu zelfs ook een toepassing bij het onderzoek naar luchtvervuiling in onze eigen atmosfeer.

Ewine van DishoeckProf. dr. Ewine van Dishoeck (Universiteit Leiden, Max-Planck Institute)
Zaterdag 9 april 2016 – 14:00 (YouTube)

Waar komt ons water vandaan?

Water en organische verbindingen zijn essentieel voor het ontstaan van leven op onze aarde en andere planeten. Maar waar komt al het water in onze oceanen vandaan? Ons zonnestelsel is gevormd uit een ijle wolk van gas en stof tussen de sterren. In deze lezing zal de rol van water bij de vorming van nieuwe sterren, planeten en kometen (‘vieze sneeuwballen’) worden besproken aan de hand van de nieuwste waarnemingen en resultaten van de Rosetta missie naar komeet 67 P/C-G. Deze unieke data geven verrassende inzichten in de ontstaansgeschiedenis van ons planetenstelsel. Welke prebiotische moleculen zijn aanwezig als bouwstenen voor nieuwe planeten? Is het water op aarde inderdaad ouder dan de Zon?

Rob van Gent Dr. Rob van Gent (Universiteit Utrecht)
Zaterdag 16 april 2016 – 14:00 (YouTube) (Slides)

Antieke denkbeelden over buitenaards leven

Speculaties over buitenaards leven is niet iets van de laatste eeuw; al ver voor de 20ste eeuw vinden we literaire verwijzingen naar leven op andere planeten. Zo schreef onze landgenoot Christiaan Huygens zelfs een hele verhandeling over dit onderwerp. In deze lezing zal nader ingegaan worden op de denkbeelden over de kosmos in de oudheid, de plaats van de mens hierin en over de bewoonbaarheid van de hemellichamen.

Mike GarrettProf. dr. Mike Garrett (ASTRON, Universiteit Leiden)
Zaterdag 23 april 2016 – 14:00 (YouTube)

Advanced alien civilisations in the local Universe – good night, sleep tight!

The Search for Extraterrestrial Intelligence (SETI) is currently enjoying a major revival with the number of refereed journal papers increasingly substantially and the recent announcement that US/Russian billionaire Yuri Milner is investing £100M in SETI research over the next 10 years via the Breakthrough Listen initiative. I plan to present a general introduction to SETI and SETI research, highlighting some of the work that astronomers around the world are embarked upon. In particular, I will look at artefact SETI looking at how the signatures of advanced civilisations might manifest themselves in astronomical observations/data. I will argue from research performed in the US and here in the Netherlands that so far there is no unequivocal evidence for advanced (Karadashev Type III) civilisations in the local Universe. The jury is still out on the prevalence of Type II civilisations but the recent discovery of the Kepler system KIC 8462852 has prompted some astronomers to suggest that the bizarre light curve of this system might best be explained by Type II alien megastructures eclipsing the star. Nevertheless, there is no obvious evidence that our own solar system has ever been visited by other advanced civilisations – the solar system is pristine, apart from the space junk we ourselves have created and left behind on the Moon, Mars etc. From an astronomer’s or physicist’s admittedly simplistic point of view the Milky Way should be teeming with life. The fact that so far we have found no evidence for this raises some awkward questions about our understanding of the evolution of intelligent life in the cosmos.

N.b.: Deze lezing is in het Engels / This lecture will be in English


2015

Dr. Huib Zuidervaart (Huygens ING – KNAW, Den Haag)
Zaterdag 28 februari 2015 – 14:00 (PPT) (Video)

Eclips- en transit-waarnemingen in Nederland in de 17e en 18e eeuw

Op vrijdag 20 maart 2015, tussen 09:30 en 11:48 uur, vond een (in Nederland ook waarneembare) gedeeltelijke zonsverduistering plaats.
Zo’n zon-eclips spreekt altijd tot de verbeelding en dus is ook in het verleden geregeld aandacht besteed aan dergelijke fenomenen.

In de voordracht werd nader ingegaan op de vraag hoe in Nederland met dergelijke fenomenen is omgegaan in de periode waarin de sterrenkunde geleidelijk aan op een meer moderne wiskundige en instrumentele leest is geschoeid, te weten in de (late) 17e en 18e eeuw. Zo heeft de Franse astronoom Cassini in 1699 voor het eerst een eclips-kaart gepubliceerd, waarin het schaduwpad van de maan over het aardoppervlak werd weergegeven. Dit voorbeeld werd al snel in de Nederlandse Republiek nagevolgd, vooral door rekenmeesters die deze publiciteit ook zochten om aan hun clientèle te laten zien hoe bekwaam ze waren in het op wiskundige wijze voorspellen van de momenten van verduistering. Later in de eeuw werden dergelijke berekeningsmethoden ook ingezet bij de transits van Mercurius en Venus. Met name in de jaren 1761 en 1769 is zowel in universitaire, als in buitenuniversitaire kring geprobeerd om samen met astronomen in het buitenland op deze manier de gemiddelde afstand tussen de aarde en de zon te bepalen. Het bepalen van deze zonneparallax bleek echter veel lastiger dan aanvankelijk gedacht. Pas de precisie van de negentiende eeuw zou hier, in combinatie met nieuwe ontwikkelde statische methoden, tot echt verbeterde resultaten leiden.

ZenderChuryumov2014Ir. Joe Zender (ESTEC Noordwijk)
Zondag 8 maart 2015 – 14:00 (Video)

De geheimen van onze Zon

In de afgelopen twintig jaar heeft de wetenschap enorme stappen gemaakt, om onze zon beter te begrijpen. De telescopen op aarde en in de ruimte namen een grote vooruitgang en de beschikbare gegevens voor wetenschappelijke analyse zijn enorm. Toch begrijpen wij de fenomenen bijvoorbeeld in de zonneatmosfeer niet helemaal, en erger nog, er zijn enkele vragen, waar de wetenschap nog ver van de antwoorden zit. Wij gaan deze vragen langslopen en onderzoeken welke telescopen in de nabije toekomst te verwachten zijn, en waarom de wetenschappers hiermee hopen nieuwe kennis te ontrafelen.

1291033079_icke Prof. dr. Vincent Icke (Universiteit Leiden)
Zaterdag 14 maart 2015 – 14:00 (Video)

Verduisteringen

Einstein voorspelde in 1916 dat de Zon het licht van verre sterren tweemaal sterker afbuigt dan je zou verwachten uit de klassieke mechanica. In 1917 deed Eddington waarnemingen tijdens een totale zonsverduistering die Einsteins idee bevestigden. Sinds die tijd zijn Einstein en zijn Algemene Relativiteitstheorie voorpaginanieuws. Zelfs mensen die niet weten wie Newton was, hebben wel eens gehoord van zwarte
gaten, die in 1919 werden bedacht door Schwarzschild. Hoe staat het in 2015 nu met Einsteins theorie?

Prof. dr. Kees de Jager (Royal Inst. Sea Research, Texel)
Zaterdag 21 maart 2015 – 14:00 (Video)

Uitbarstingen op de Zon

op de zon, ogenschijnlijk zo’n rustig hemellichaam, kunnen gigantische uitbarstingen voorkomen. Deze zijn in kracht vergelijkbaar met ongeveer een miljard atoombommen. Daarbij komen gedurende enkele tientallen seconden hoge temperaturen voor, gemiddeld van 50 miljoen graden maar eenmaal hebben wij tien maal hogere temperaturen gemeten. Ook kan de zon enorme gaswolken uitstoten met totale massa’s van honderden biljoenen kilogram.

Na een beschrijving van deze gebeurtenissen zal ik ingaan op de verklaring ervan. Het aantal van deze uitbarstingen wisselt zeer sterk. In de vorige eeuw was de zonsactiviteit sterker dan in de laatste 10.000 jaar. Maar in het begin van dit millennium was de zon uiterst inactief. Daar is een verklaring voor te vinden. De recente inactiviteit heeft ook tot gevolg dat de antropogene temperatuurtoename van de laatste halve eeuw gestopt is. Kunnen wij het toekomstig gedrag van de zon voorspellen? Dat zou kunnen helpen voor een voorspelling van toekomstige temperaturen op aarde.


2014

ignasProf. dr. Ignas Snellen (Universiteit Leiden)

Exoplaneten en de zoektocht naar buitenaards leven
Al eeuwenlang vragen we ons af of er buiten de aarde ook leven voorkomt. We leven in spannende tijden, want voor het eerst lukt het sterrenkundigen om planeten rondom andere sterren dan de zon te zien en te onderzoeken. Het zal niet lang meer duurde voordat het eerste zusje van de aarde wordt gevonden. Hoe kunnen we die op buitenaards leven onderzoeken?

ignasProf. dr. Simon Portegies Zwart (Universiteit Leiden)

Waar zijn onze Brusjes?

De zon is zo’n 4.6 Miljard jaar geleden geboren; niet als eenling maar in een grote familie met wel een paar duizend leden. Deze broertjes en zusjes van de zon zijn al lang van ons gescheiden, maar mogelijk dat ons een gelukkige familiereünie staat te wachten.

Fotografie Hilde de WolfProf. dr. Frans van Lunteren (Universiteit Leiden)

De Gouden Eeuw van de Nederlandse Sterrenkunde, 1600-1660

Nederlands toonaangevende rol in de sterrenkunde is van vrij recente datum. Pas in de twintigste eeuw slaagde Nederlandse sterrenkundigen er in om door te dringen tot de internationale voorhoede. Toch kende de Nederlandse sterrenkunde een eerdere opmerkelijke bloeiperiode en wel in de zeventiende eeuw, het tijdperk waarin de Nederlandse Republiek uitgroeide tot een centrum van de wereldhandel. Ook al bezat Nederland geen grote nationale sterrenwacht en kende de Republiek geen hofastronomen als Kepler en Galilei, toch speelden Nederlandse sterrenkundigen een belangrijke rol in de veranderende opvattingen over de aard van de hemelen. Die bijdragen waren van uiteenlopende aard en culmineerden halverwege de zeventiende eeuw in de astronomische ontdekkingen van Christiaan Huygens. Deze voordracht behandelt de aard en achtergronden van deze bloeiperiode oftewel een kleine eeuw sterren kijken achter de dijken.