Geschiedenis

De Universiteit Leiden is de oudste universiteit van Nederland, gesticht in 1575. Sterrenkunde heeft er een lange en rijke traditie. Al in 1633 kreeg de universiteit een sterrewacht als onderdak voor het kwadrant van Snellius. Het maakt Sterrewacht Leiden de oudste nog bestaande universiteits-observatorium ter wereld.

In de eerste twee eeuwen werd de sterrenwacht vooral voor educatiedoeleinden gebruikt. In 1861 werd onder leiding van Frederik Kaiser de ‘nieuwe’ sterrenwacht aan de Witte Singel gebouwd, die het begin van een enorme bloeiperiode markeert van de Leidse en Nederlandse sterrenkunde. Aan het eind van de 19de en begin van de 20ste eeuw begon Leiden een wetenschappelijk centrum op wereldniveau te worden, met beroemde natuurkundigen zoals P. Ehrenfest en de nobelprijswinnaars H.A. Lorentz, P. Zeeman, en H. Kamerlingh Onnes. In 1919 werd W. de Sitter directeur van de Sterrewacht. Hij werkte samen met Albert Einstein aan de implicaties van de algemene relativiteistheorie op het gebied van de kosmologie. Zijn opvolger was E. Hertzsprung, de mede-uitvinder van het beroemde Hertzsprung-Russel diagram van sterren dat ook nog heden ten dage overal gebruikt wordt.

In 1924 zorgde de Sitter ervoor dat J.H. Oort naar Leiden kwam, die uit zou groeien tot de meest beroemde Leidse astronoom. Hij was directeur van 1945 tot 1970, en bleef aktief op de Sterrewacht tot zijn overlijden op 92-jarige leeftijd.Weinig sterrenkundigen in de wereld hebben zo’n belangrijke bijdragen geleverd aan zo veel verschillende onderwerpen. Oort werkte aan de bewegingen van sterren en ontdekte zo de rotatie van ons melkwegstelsel. Hij heeft het bestaan van de “Oort-wolk” bewezen, een grote familie van kometen op grote afstand van de zon, en heeft verder belangrijk werk verricht op het gebied van clusters van melkwegstelsels en de grote-schaal structuur van het heelal. Verder spoorde hij H.C. van der Hulst in 1944 aan om precies uit te rekenen of neutraal waterstof, het meest voorkomende gas in het heelal, lijn-straling kon uitstralen. Dit bleek het geval op de 21 cm radio-golflengte. Dit was de start van een heel nieuw onderzoeksveld welke deze lijnstraling, en daarmee het waterstofgas, tot ver in het heelal kan meten. Hier heeft Nederland, dankzij Oort, altijd een prominente rol in gespeeld, van de Dwingeloo en de Westerbork Synthese Radio Telescopen (beiden ooit de grootse radiotelescoop ter wereld), tot het huidige LOFAR – een netwerk van duizenden sensoren uitgetrekt over Europa, waarvan het hart in Nederland ligt.



In de loop van de 20ste eeuw werd het steeds duidelijker dat stad-observatoria niet meer voldoende geschikt waren om state-of-the-art waarnemingen te doen. De Sterrenwacht Leiden heeft daarom decennialang een waarnemingsstation in Zuid-Afrika gehad. In 1962 werd de Europese zuidelijke sterrenwacht ESO opgericht, mede door toedoen van Oort en de eerste ESO directeur en Leidse professor A. Blaauw. Sinds haar oprichting heeft ESO met Blaauw, L. Woltjer en H. van der Laan en de huidige directeur T. de Zeeuw meer dan de helft van de tijd een Leidse hoogleraar aan het bewind gehad. Het is uitgegroeid tot het belangrijkste sterrenkundig observatorium ter wereld, met de Very Large Telescope, en een groot aandeel in de Atacama Large Millimeter Array. Hier maken de huidige generatie sterrenkundigen uit Leiden, waaronder twee Spinozaprijswinnaars, veel gebruik van.

Sinds het einde van de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn de sterrenkundigen, en daarmee het wetenschappelijke instituut “de Sterrewacht” niet meer gehuisvest in het monumentale Sterrewachtgebouw aan de Witte Singel, maar in het Jan-Hendrik Oortgebouw en het Huygenslaboratorium aan de Wassenaarseweg. Tot 2006 heeft de Biologieafdeling gebruik mogen maken van de Sterrewacht en de andere gebouwen aan de Sterrenwachtlaan, over welke periode het complex in ernstige verval raakte. Over de afgelopen jaren is het Sterrewachtgebouw echter grondig gerenoveerd en is het nu weer in zijn oude glorie hersteld!